maandag 11 augustus 2014

Negen misverstanden over de WMO 2015

Foto: anp
Kinderen, vrienden en buren zijn verplicht om je cliënt te helpen.
Kinderen, vrienden of buren zijn nooit verplicht om te helpen. De gemeente mag wel onderzoeken of zij dat willen en kunnen. De gemeente moet deze mantelzorgers dan ook vragen of zij daar hup bij nodig hebben.

Cliënten is overgeleverd aan de willekeur van de gemeente.
Wanneer je cliënt zich bij de gemeente meldt met een hulpvraag, dan moet de gemeente onderzoek doen naar zijn persoonlijke situatie. Ze gaat met de cliënt en zijn mantelzorger(s) in gesprek. De cliënt mag dan beroep doen op een gratis cliëntondersteuner. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat hij niet mee kan doen in de samenleving, ook niet met de hulp van het netwerk of met algemene voorzieningen, dan moet de gemeente ervoor zorgen dat dit wel lukt met een maatwerkvoorziening. Algemene voorzieningen zijn er voor alle burgers. Bijvoorbeeld: een koffieochtend in het buurthuis, de boodschappenbus of de maaltijdservice. Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening. Zoals een woningaanpassing of specialistische dagbesteding. Als de cliënt de maatwerkvoorziening niet passend vindt, kan hij bezwaar aantekenen bij de gemeente. En daarna eventueel naar de rechter gaan.

Cliënten krijg geen maatschappelijke ondersteuning als hij/zij veel inkomen of vermogen heeft.
Gemeenten mogen niemand ondersteuning weigeren, maar ze mogen wel een hogere eigen bijdrage vragen aan mensen met een hoog inkomen of veel vermogen. Die eigen bijdrage mag overigens nooit hoger zijn dan de eigen bijdrage volgens het uitvoeringsbesluit Wmo. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de leeftijd en de gezinssamenstelling en het CAK stelt deze vast. Op de website van het CAK is te berekenen wat de eigen bijdrage wordt. Gemeenten mogen maar op één manier afwijken van de regels in het uitvoeringsbesluit: ze mogen een lagere bijdrage vragen, geen hogere.

De gespecialiseerde dagbesteding van cliënten worden wegbezuinigd en de gemeente zal hem/haar afschepen met een algemene voorziening, zoals een activiteit in het buurthuis.
Gemeenten moeten passende ondersteuning bieden aan mensen als ze niet zelf of met hulp van hun netwerk kunnen meedoen of zelfredzaam zijn. Voor sommige mensen is een activiteit in het buurthuis passend. Bijvoorbeeld een koffieochtend bezoeken om eenzaamheid te voorkomen. Voor andere mensen is gespecialiseerde dagbesteding nodig. Bijvoorbeeld om te leren hoe ze structuur aanbrengen in hun dag. In dat geval moeten gemeenten gespecialiseerde dagbesteding aanbieden. Uit het onderzoek dat de gemeenten doen, blijkt welke ondersteuning passend is voor je cliënt.

Als het geld bij de gemeente op is, krijgen cliënten geen ondersteuning meer 
In de wet staat dat de gemeente maatschappelijke ondersteuning moet bieden als iemand niet zelf of met hulp van zijn netwerk kan meedoen in de samenleving of zelfredzaam kan zijn. Gemeenten moeten altijd aan deze wettelijke plicht voldoen. Ook als het geld op is.

Gemeenteambtenaren hebben te weinig kennis van de zorg om te bepalen wat cliënten nodig hebben.
Gemeenten hoeven het onderzoek naar de persoonlijke situatie van cliënten niet zelf uit te voeren. Ze kunnen dit uitbesteden aan een andere organisatie. Vaak zijn dit externe organisaties die ervaring hebben met zulke onderzoeken. In gemeenten die werken met sociale wijkteams doen professionals uit het wijkteam het onderzoek. Gemeenten kunnen de onderzoeken ook zelf uitvoeren. Dan moet de gemeente mensen opleiden of in dienst nemen. Zodat er voldoende kennis is om goed onderzoek te doen. Gemeenten moeten passende ondersteuning bieden aan mensen die niet zelf of met hulp van hun netwerk kunnen meedoen of zelfredzaam zijn. Daarom staan in de wet regels voor een juiste behandeling van cliënten. Bijvoorbeeld hoe gemeenten het onderzoek moeten uitvoeren. En dat cliënten zich kunnen laten helpen door een cliëntondersteuner. En dat een cliënt bezwaar en beroep kan aantekenen als hij het aanbod van de gemeente niet passend vindt.

Cliënten moeten vertrekken uit hun verzorgingstehuis en moeten weer zelfstandig thuis wonen. 
Mensen die al in een verzorgingshuis wonen, mogen hier blijven. Ze worden niet gedwongen om weer zelfstandig thuis te gaan wonen. Ze houden hun recht op een plaats in een instelling. Ze moeten misschien wel verhuizen naar een ander verzorgingshuis, omdat hun eigen verzorgingshuis gaat sluiten. Bijvoorbeeld omdat er te weinig mensen wonen of omdat het gebouw te oud is. Vanaf 2015 worden de voorwaarden voor wonen in een instelling strenger. Die voorwaarden gelden dan voor nieuwe cliënten. Dit is het gevolg van het kabinetsbeleid om mensen langer thuis te laten wonen.

De gemeente mag het persoonsgebonden budget (pgb) van cliënten afpakken. 
Na onderzoek kunnen gemeente een cliënt een maatwerkvoorziening aanbieden. Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening. Voorbeelden zijn een woningaanpassing of specialistische dagbesteding. Mensen die een maatwerkvoorziening krijgen, kunnen kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). Maar alleen als ze voldoen aan twee voorwaarden. De eerste is dat de cliënt het pgb goed moet kunnen beheren. De tweede is dat de cliënt met het pgb veilige en goede ondersteuning moet inkopen.

Gemeenten krijgen de beschikking over de medische cliëntendossiers.
Gemeenten krijgen geen medische dossiers te zien. De gemeente mag bijvoorbeeld alleen weten of iemand een indicatie voor de nieuwe Wet langdurige zorg heeft. De gemeente krijgt niet te zien wat er precies in het dossier staat. De gemeente mag alleen gegevens bekijken als u daar toestemming voor geeft. En alleen als het voor uw aanvraag voor hulp belangrijk is. Bovendien hebben alle artsen, ook de huisarts, een medisch beroepsgeheim.

Bron: rijksoverheid